Compromisloze onderhandelpolitiek

We waren het toch gewend, zou je zeggen. Het polderen zit in onze politieke en bestuurlijke genen. Maar dat gold eigenlijk tot nu toe alleen tussen het openbaar bestuur en de wereld daarbuiten. De coalities waren vrij overzichtelijk en konden met enig onderhandelen achter de schermen regeren. Maar het politieke landschap is veranderd. Niet alleen landelijk moeten per onderwerp meerderheden gesmeed worden met gelegenheidscoalities, ook lokaal zijn na de laatste gemeenteraadsverkiezingen vele brede, soms zelfs zeer brede coalities ontstaan.

Welke politieke vaardigheid is in deze situatie het hardst nodig? Debattrainingen blijken in de praktijk nog het best te verkopen. Vorige week mocht ik er ook weer een geven, aan een klas met politiek-bestuurlijk talent. Het was nuttig en nodig (en erg leuk :)), maar niet voldoende. Een debat zou bedoeld moeten zijn om partijen met verschillende meningen naar elkaar te laten luisteren om tot de beste oplossing voor een probleem te komen. Maar helaas vinden debatten plaats in het openbaar, en in het zicht van de publieke tribune, de pers en de achterban is het lastig om al te erg van mening te veranderen. In verkiezingstijd word je er zelfs genadeloos op afgerekend: u draait!

Er moeten dus achter de schermen, in de wandelgangen en de besloten achterkamertjes goede discussies gevoerd worden. Maar omdat de kans in de politiek niet heel groot is dat mensen ook achter de schermen erg van hun politieke standpunten zullen afstappen, komt het vooral aan op goed onderhandelen.

Ah, jakkes, onderhandelen. Er hangen negatieve connotaties aan die term. Misschien alleen al door de acherkamertjes. Maar laten we eerlijk zijn: het openbaar bestuur kan niet zonder. En de uitkomst van een onderhandeling hoeft echt geen compromis te zijn, een net-niet-oplossing waar niemand echt blij mee is. Een mooi voorbeeld van hoe het wel kan stond zaterdag in de NRC. Staatssecretaris Eric Wiebes vertelt over hoe hij ogenschijnlijk tegengestelde standpunten wist te verenigen toen hij als wethouder in Amsterdam de VVD en GroenLinks op een lijn moest zien te krijgen over het parkeerbeleid. Ga er maar aan staan…

Wat deed Wiebes? “Ik heb niet de handboeken van GroenLinks, PvdA en VVD gepakt en gekeken waar ze elkaar overlapten. Dat is haalbaarheidsopportunisme. En op dit dossier waren ze volstrekt onverenigbaar. […]. Ik ging op zoek naar de diepere waarheid achter de verschillende standpunten. GroenLinks wilde namelijk niet dat mensen hun auto’s wegdeden. Ze wilden gewoon meer openbare ruimte. De VVD wilde niet per se nieuwe parkeerplaatsen, als bewoners kun auto maar kwijt konden.” Hij kreeg voor elkaar dat parkeerplaatsen van bedrijven ook door bewoners gebruikt konden worden. En dat alle partijen met opgeheven hoofd terug konden naar hun achterban met een voor iedereen verdedigbare oplossing. Door juist niet te doen wat in de verkiezingsprogramma’s stond.

Hopelijk zijn er meer bestuurders en politici die durven te onderhandelen op basis van waarden en de belangen achter de standpunten te leren onderzoeken. En is Wiebes’ afkeer van haalbaarheidsopportunisme aanstekelijk daar op het Binnenhof.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: