Clubblad Onze Taal publiceert een onderzoek over het meestgesproken woord in het Nederlands, en dat is ‘Ja’. Inhoudelijk erg leuk en interessant: het overvloedig gebruik van het woord, de verschillende betekenissen ervan, en wat te doen in een taal die het woord niet kent. Ik herken alleen het gebuik van de moderne vrouw niet, maar dat kan ook komen doordat ik geen moeder ben met de kids in de daycare. Maar afijn, lees het zelf, zie de OT-website (nog niet in de bus helaas, ben ook benieuwd naar de artikelen over nonverbale communicatie, een van taalvriend Gaston en een over het Binnenhof).
Opvallend trouwens, dat in de Volkskrant veel nadruk lag op de vraag: “Wat hebben we er eigenlijk aan?”. Naast de wederom briljante column van Bert Wagendorp over feit dat al het beleid, dus ook het wetenschapsbeleid, van ons onvolprezen kabinet direct tot euro’s in de staatsportemonee moet leiden. Dus wat heb je dan aan een hoogleraar fonologische microvariatie?
Nou, simpel: hij is de brenger van goed nieuws. ‘Ja’ is goed voor creativiteit, voor innovatie, voor ondernemingszin, noem maar op. De ABN-Amro adverteert er zelfs mee: op zoek naar de ‘Ja’. Fijn voor al die mensen die een hypotheek nodig hebben… (eens kijken wat er in de praktijk van terecht komt…). Het is een belangrijk woord in de mooie wereld van improvisatie, een van mijn grote inspiratiebronnen. Zie ook de film van Marcoen in de bios op deze site. Het belangrijkste woord! Als het tenminste niet gevolgd wordt door ‘maar’…
